Kritiek Krijgen Niet Leuk, Kritiek Geven Ook Niet

- 20 augustus 2012

kritiek krijgenKritiek Krijgen Niet Leuk, Kritiek Geven Ook Niet
Kritiek krijgen is niet leuk, kritiek geven ook niet. Het is allebei wel nodig om goed te presteren. Hoe ga je ermee om? In de redactievergadering bespraken we ons televisieprogramma van de vorige dag. Het gezicht van de eindredacteur stond op storm. Na een verhaal over tegenvallende kijkcijfers begon hij opeens de reportage van een collega volledig af te kraken. Terwijl de eindredacteur tierde en schreeuwde, staarde iedereen strak voor zich uit. En toen hij eindelijk was uitgeraasd, ging de vergadering gewoon weer verder. Alsof er niets was gebeurd. Ook de collega die de tirade had ondergaan, ging schijnbaar onaangedaan weer aan het werk.

Dat was drie jaar geleden, maar sindsdien heb ik me nog dikwijls afgevraagd: waarom liet mijn collega die kritiek zo lijdzaam over zich heen komen? Tot op het bot vernederd worden en dan toch gewoon je schouders ophalen. Toen ik het ooit eens op de man af vroeg, lachte mijn toenmalige collega wat en zei: ‘Ach, zo gaan die dingen’.

Met kritiek omgaan is voor de meeste mensen erg lastig. In sommige werkkringen, zoals bij de televisie, winden managers en werknemers er geen doekjes om en wordt er hard en ongezouten kritiek geleverd. Daar moet je maar tegen kunnen, is de heersende mening. In de meeste bedrijven gaat het er minder hard aan toe, maar dan nog is het voor menigeen knap lastig om niet emotioneel te worden bij het ondergaan van stevige kritiek. De een klapt dicht, de ander bijt van zich af en een derde barst in huilen uit. Slechts enkelen verstaan de kunst om ontspannen te reageren op kritiek, die toch vaak als een aanval wordt ervaren, en de kwestie weer in goede banen te leiden. Dat maakt dat het geven van kritiek ook niet meevalt. Complimentjes geven is makkelijk, iemand vertellen dat hij zijn werk niet goed doet, is een heel ander verhaal.

Wie kritiek wil uiten op een collega voelt zich vaak beschroomd – in de wetenschap dat de meeste mensen er slecht mee kunnen omgaan. Dus gebeurt het maar al te vaak dat mensen hun kritische opmerkingen, hoe goed bedoeld ook, voor zich houden.

Incasseren van kritiek
Bijna iedereen heeft het in zijn werkomgeving wel eens meegemaakt: een collega functioneert niet goed, maar krijgt dat nooit te horen. Wat ondertussen wel gebeurt, is dat mensen over hem gaan praten, of liever: roddelen. En opeens staat de collega overal buiten; beslist nergens meer over mee, wordt niet meer gevraagd om mee te gaan lunchen. Ziekteverzuim kan heel goed het gevolg zijn. Die kans is nog groter als de kritiek wel wordt geuit en verkeerd wordt opgevat. Dat mondt vaak uit in ruzie – en arbeidsconflicten leiden niet zelden tot ziekteverzuim en zelfs arbeidsongeschiktheid.

Waarom kunnen we eigenlijk zo slecht tegen kritiek? En waarom is de een er gevoeliger voor dan de ander? Zoals zo vaak wijzen deskundigen naar de jeugd. Tijdens de opvoeding krijgen kinderen nu eenmaal aan de lopende band kritiek te horen (blijf hier van af, hou je mond, wees nou rustig, wacht op je beurt, eet niet zo vies) en mensen die als kind veel terechtgewezen en bekritiseerd werden, zijn als volwassenen later gevoeliger voor kritiek.

‘Bij het krijgen van kritiek is het belangrijk om onderscheid te maken tussen je persoon en je werk. Hoe beter je dat kunt, des te beter kun je kritiek verdragen’, zegt trainer en adviseur Pieter van Breemen. ‘Veel ouders vermengen gedrag en persoonlijkheid voortdurend als ze hun kinderen toespreken. Ze zeggen bijvoorbeeld: “Zoals je nu braaf stilzit, zo houden we van je”. En zo slijten er tijdens de jeugd allerlei gedragspatronen in waar je als volwassene nog steeds naar handelt.’

Jeugdlessen
Iedereen krijgt onbewust ‘lessen’ mee uit zijn jeugd, schrijft trainer Marieta Koopmans in haar boekje Feedback. Wie vroeger veel kritiek kreeg of zelfs gepest werd, kan zich als volwassene bijvoorbeeld heel defensief gedragen, ook op het werk. Koopmans onderscheidt twee uitersten. Degenen die agressief zijn, slaan direct terug als ze kritiek krijgen. Wie onderdanig is, schiet meteen in de verdediging. Assertieve mensen kunnen het beste omgaan met kritiek. Koopmans: ‘Iemand die assertief is, gaat uit van het principe: ik ben oké en jij bent oké en met de kritiek die ik krijg, kan ik mijn voordeel doen en mocht dat niet het geval zijn dan leg ik het naast me neer. Onderdanige mensen verliezen vaak hun eigenwaarde als ze kritiek krijgen. Als iemand hen bijvoorbeeld op een kleinigheidje wijst, roepen ze gelijk “ik doe nooit iets goed”. Agressieve types overschreeuwen zichzelf, en dat is ook een vorm van onzekerheid.’

Een cursus assertiviteit kan uitkomst bieden voor mensen die erg onzeker worden van kritiek. ‘Maar vaak zit het dieper en is er therapie nodig’, is de ervaring van Koopmans. ‘Dikwijls voelen deze mensen zich hun hele leven al afgewezen. In therapie leren ze zich steeds te richten op situaties waarin ze zich wel geaccepteerd voelden. Op die manier kan iemand wel veranderen.’

Ook perfectionisten zijn doorgaans gevoeliger voor kritiek. Iemand die erg perfectionistisch is, geeft zichzelf al constant op zijn donder omdat zijn werk niet goed genoeg is. Voor zo iemand is het moeilijker om ook nog eens van anderen commentaar te krijgen. Hetzelfde geldt voor mensen die voortdurend bezig zijn om het anderen naar de zin te maken.
Ten slotte speelt de bedrijfscultuur een belangrijke rol. ‘Hoe opener de cultuur, hoe meer mensen het heel gewoon vinden dat iedereen wel eens fouten maakt. In zo’n sfeer komt kritiek minder hard aan.’

Relatie in gevaar
‘Kritiek brengt impliciet de relatie tussen twee mensen in gevaar’, zegt managementtrainer Leo Willemsen. Is de relatie belangrijk, zoals die tussen werknemer en leidinggevende, dan komt kritiek dus harder aan. Op zijn website geeft Willemsen tips over hoe om te gaan met kritiek. Wie zijn raadgevingen opvolgt, is daarmee nog niet van de angst of gevoeligheid voor kritiek genezen. ‘Zelf ben ik 58, maar als ik bij een training na afloop een evaluatierondje doe, word ik enorm zenuwachtig.’ Een mooi voorbeeld van hoe gevoelig een mens voor kritiek kan zijn, is te lezen in de dagboeken van cabaretier Wim Kan. Hij stierf duizend doden voor elke conference en dat leidde bij hem zelfs tot suïcidale neigingen.

Hoewel de emoties blijven, kunnen mensen volgens Willemsen wel leren om meer beheerst te reageren op kritiek. ‘Je kunt je bewust worden van processen die zich bij je voltrekken en met training kun je vervolgens leren om dat gedrag te veranderen. Maar op het moment dat je emotioneel wordt, is de kans groot dat je al het aangeleerde gedrag weer vergeet.’

Wat ook helpt, is om de zaak in perspectief zetten, zegt Willemsen. ‘Vraag jezelf eerst eens af: welke ramp overkomt me hier eigenlijk? Mensen hebben soms de neiging om kritiek enorm uit te vergroten en overal beren op de weg te zien.’

Het kan ook zaak zijn om voorzichtig te peilen of er niet iets anders aan de hand is. ‘Soms is kritiek een signaal dat een onderlinge relatie niet goed verloopt. Dan wordt er bijvoorbeeld urenlang gesteggeld over een productvoorstel terwijl de kritiekgever eigenlijk ontstemd is over het feit dat zijn collega tijdens vergaderingen een voortdurende stoorzender is.’ Kritiek wordt vaak in subtiele signalen geuit, zegt Willemsen. ‘Als de ontvanger de signalen niet oppakt dan groeit die kritiek verder, tot de spreekwoordelijke druppel de emmer doet overlopen.’

Persoonlijke aanvallen
In het eerder genoemde voorbeeld van de redactievergadering werd iemand heel persoonlijk en zwaar aangevallen. Hoe moet je daar op reageren? ‘Ik zou zeggen: ik pik het niet en je behandelt je eigen soort maar zo’, zegt Marieta Koopmans. Leo Willemsen pakt het wat ingetogener aan. ‘Het is niet verstandig om er in een vergadering een welles-nietesspel van te maken. Zeg: ik wil heel graag weten waar je kritiek op gebaseerd is en dit in een persoonlijk gesprek bespreken. Maak ook onderscheid tussen het onderwerp en de manier waarop kritiek wordt geleverd.’

Pieter van Breemen gebruikt beginselen van Tai Chi (een Oosterse verdedigingssport) in zijn cursussen. Een van de principes uit die sport is bijvoorbeeld: wie bij een aanval niet terugduwt, neemt de spanning weg. Want het is niet mogelijk om in je eentje te vechten. ‘Wie kritiek krijgt en de ander laat uitrazen, zal ook merken dat de spanning wegvalt’, aldus Van Breemen.

Ook is het zinvol om kritiek in een context te plaatsen. Kritiek is niet alleen afkeuring, het is ook een middel om jezelf te verbeteren. Enig inlevingsvermogen kan ook op zijn plaats zijn. Heeft degene die kritiek geeft net een zware dag, dan kan dat bijvoorbeeld de oorzaak zijn van zijn kritische gedrag.

Kritiek niet oppotten
Kritiek geven is evenzeer iets wat we niet graag doen. En wie slecht tegen kritiek kan, is zeker minder geneigd kritiek te geven. Op het werk wordt dan ook veel commentaar ingehouden en ingeslikt. ‘Meestal uit angst voor een negatieve reactie, de “niet getoetste fantasie” noem ik dat’, zegt Willemsen. ‘Maar geloof me, een kritische opmerking komt vaker goed aan dan slecht.’

Ook tegen een leidinggevende zouden werknemers vaker kritisch mogen zijn. ‘Je hebt allebei belang bij de werkrelatie. Het is juist belangrijk dat je in je werk een maximale bijdrage kunt leveren, en als je baas je niet goed vond had hij allang een ander aangenomen.’ Kritiek moet je niet te lang oppotten – ook zo’n klassieke aanrader. Willemsen: ‘Dan krijgt het te veel lading en wordt het te zwaar.’

Maar meteen van leer trekken, is ook niet slim – een klein woordje kan een enorme impact hebben, waarschuwt Van Breemen. ‘Als je kritiek geeft, moet je bijvoorbeeld oppassen met het woordje “maar”, want dat bevat een zekere ontkenning. Wat vervolgens blijft hangen, is de kritiek, niet de positieve boodschap. Het verdient daarom de voorkeur om maar door en te vervangen: ik vind je een waardevolle medewerker en ik wil dat je morgen op tijd komt.’

Positief beginnen
Leidinggevenden adviseert Van Breemen om door middel van vragen kritiek te geven aan medewerkers. ‘Dan begin je met – uiteraard oprechte – waardering uit te spreken over datgene wat je goed vindt. Vervolgens vraag je hoe de opdracht verlopen is, wat er leuk aan was en welke mogelijkheden hij ziet.’ Na zo’n positief begin wordt het veel makkelijker om ook kritiek te ontvangen. ‘Geloof me, acht van de tien mensen hebben door wat er verkeerd gegaan is. O ja, nog iets: spreek over verbeteringen, in plaats van over wat er fout is gedaan.’

Eigenlijk komt Van Breemens betoog erop neer dat degene die kritiek krijgt zich gelukkig mag prijzen. ‘Alleen door fouten te maken kun je echt leren.’ Mislukkingen zijn dus noodzakelijke ingrediënten van een succesvolle carrière. ‘Neem nou die Post-it-velletjes. Dat is een van de grootste commerciële successen uit de vorige eeuw en is ontstaan doordat iemand de verkeerde lijm had gepakt, waardoor de velletjes loslieten in plaats van bleven plakken.’
Overgenomen uit Intermediair, 6 februari 2003

Kritiek leveren:

  • Denk eerst na: wát is het precies waar je kritiek op hebt. Mensen zijn vaak geneigd te generaliseren: je bent altijd te laat, of nooit op tijd.
  • Begin je kritiek met het woordje ik en niet met jij. (Ik vind jouw voorstel niet goed, klinkt minder erg dan: jouw voorstel is niet goed.)
  • De kritiek moet alleen betrekking hebben op wat je waarneemt: ik zie dat je te laat bent, en moet dus geen conclusies of interpretaties bevatten: je loopt de kantjes eraf.
  • Wees duidelijk: ik wil graag dat je op tijd komt, in plaats van: je mag niet te laat komen.

Kritiek krijgen:

  • Probeer de kritiek te begrijpen. Vraag door naar wat de ander precies bedoelt (soms gaat het om iets heel anders!).
  • Toon waardering.
  • Beoordeel de kritiek (voor jezelf).
  • Doe er iets mee, of niet – maar blijf er niet mee worstelen.

Bron: intermediar.nl



Interessante Boeken:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*