Liegen tijdens Burn-Out, Mag dat ?

- 13 december 2013

Je hebt een burn-out, Je liegt tegen je baas, wat zegt de rechter ?

Een regiomanager bij een retail-keten wordt gepromoveerd en later tijdens een functioneringsgesprek wordt er hevige kritiek op hem geuit. Tijdens de gesprekken die daarna volgen liegt hij over bezoeken die hij voor zijn werk heeft afgelegd.

Hij zegt dat hij er niets aan kan doen; zijn leugens zijn het gevolg van een burn-out.

Wat vindt de rechter ?
Zijn werkgever is er in ieder geval niet van onder de indruk en ontslaat de man op staande voet. Niet alleen het feit dat hij heeft gelogen over de afgelegde bezoeken wordt hem aangerekend, ook het feit dat hij vervolgens een collega heeft gemanipuleerd om die leugen geloofwaardig te maken valt in slechte aarde.

En dan is het ook nog eens zo dat er in het verleden werknemers om dezelfde reden zijn ontslagen en dat dit werknemers waren die rechtstreeks onder deze man vielen. De werknemer heeft als manager een grote mate van vrijheid bij het indelen van zijn werk, en de werkgever vindt dat hij hier misbruik van heeft gemaakt.

De rechter is het met de werkgever eens dat een werknemer moet kunnen worden vertrouwd en dat liegen een reden kan zijn voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewijzigde omstandigheden in de zin van .

Maar is dat in dit geval ook zo?

Direct na zijn schorsing is de werknemer naar zijn huisarts gegaan die constateerde dat hij overspannen is. De reden ligt in de werkdruk die de man al langere tijd ervaart. Hij heeft stevige kritiek op zijn functioneren gekregen en er wordt van hem verwacht dat hij ook in de weekends en zijn vakantie met zijn werk bezig is.

Toen hij op een gegeven moment werd gebeld door zijn leidinggevende met de vraag waarom hij niet aanwezig was bij een belangrijke presentatie, raakte hij in paniek en verzon de bezoeken aan de filialen. Toen daar eerst een schorsing zonder behoud van loon en later een ontslag op staande voet op volgde, werden de burn-out klachten nog veel erger. Vandaar dat hij het ontslag aanvecht.

De rechter vindt het verhaal van de werknemer zeer aannemelijk, te meer daar het niet alleen wordt ondersteund door zijn huisarts, maar ook door de verzekeringsarts van het UWV en een onafhankelijke psycholoog. Het lag op de weg van de werkgever om mee te werken aan de onderzoeken van de bedrijfsarts en de geplande onderzoeken door een psychiater.

Het ontbindingsverzoek wordt daarom afgewezen.

Rechtbank Gelderland: ECLI:NL:RBGEL:2013:4255

]Orgineel bericht: pwdegids.nl, Rechtbank Gelderland

Artikel 685

  1. Ieder der partijen is te allen tijde bevoegd zich tot de kantonrechter te wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen te ontbinden. Elk beding waarbij deze bevoegdheid wordt uitgesloten of beperkt, is nietig. De kantonrechter kan het verzoek slechts inwilligen indien hij zich ervan heeft vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in de artikelen 647, 648, 670 en 670a of enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst.
  2. Als gewichtige redenen worden beschouwd omstandigheden die een dringende reden als bedoeld in artikel 677 lid 1 zouden hebben opgeleverd indien de arbeidsovereenkomst deswege onverwijld opgezegd zou zijn, alsook veranderingen in de omstandigheden, welke van dien aard zijn, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.
  3. Het verzoek wordt gedaan aan de ingevolge de artikelen 99, 100, en 107 tot en met 109 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegde kantonrechter.
  4. Het verzoekschrift vermeldt de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht, alsmede de naam en de woonplaats of bij gebreke van een woonplaats in Nederland het werkelijk verblijf van de wederpartij.
  5. De kantonrechter kan, indien het verzoek verknocht is aan een zaak die tussen dezelfde personen reeds voor een andere rechter aanhangig is, de verwijzing naar die andere rechter bevelen. De griffier zendt een afschrift van de beschikking, alsmede het verzoekschrift en de overige stukken van het geding ter verdere behandeling aan de rechter naar wie is verwezen.
  6. De behandeling vangt niet later aan dan in de vierde week volgende op die waarin het verzoekschrift is ingediend.
  7. Indien de rechter het verzoek inwilligt, bepaalt hij op welk tijdstip de arbeidsovereenkomst eindigt.
  8. Indien de rechter het verzoek inwilligt wegens veranderingen in de omstandigheden kan hij, zo hem dat met het oog op de omstandigheden van het geval billijk voorkomt, aan een van de partijen ten laste van de wederpartij een vergoeding toekennen; hij kan toestaan dat de vergoeding op door hem te bepalen wijze in termijnen wordt betaald.
  9. Alvorens een ontbinding waaraan een vergoeding verbonden wordt, uit te spreken, stelt de rechter de partijen van zijn voornemen in kennis en stelt hij een termijn, binnen welke de verzoeker de bevoegdheid heeft zijn verzoek in te trekken. Indien de verzoeker dat doet, zal de rechter alleen een beslissing geven omtrent de proceskosten.
  10. Lid 9 is van overeenkomstige toepassing indien de rechter voornemens is een ontbinding uit te spreken zonder daaraan een door de verzoeker verzochte vergoeding te verbinden.
  11. Tegen een beschikking krachtens dit artikel kan hoger beroep noch cassatie worden ingesteld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*