Ongewenst Gedrag – De Vormen

- 30 juni 2012

ongewenst gedragOngewenst Gedrag – De Vormen
In Nederland kunnen mensen die geconfronteerd zijn met ongewenst gedrag op verschillende manieren hun situatie aankaarten en zorgen dat het ongewenste gedrag stopt.

Op het werk
Werkgevers zijn als gevolg van de Arbo-wet verplicht om aan medewerkers voorzieningen aan te bieden waarmee ongewenst gedrag wordt voorkomen en/of bestreden. Wanneer een medewerker toch geconfronteerd wordt met ongewenst gedrag is de werkgever ook verplicht om een klachtenregeling ingesteld te hebben. Met behulp van de klachtenregeling kan de medewerker iets aan haar/zijn situatie doen. In de klachtenregeling staat waar men met de klacht terecht kan om deze aan te melden en te bespreken. Voor de melding van de klacht heeft de werkgever vaak een vertrouwenspersoon in dienst of ingehuurd.

De Arbo-wet
De Arbo-wet kent 4 vormen van ongewenste omgangsvormen. Hieronder staan ze genoemd, met de uitingen ervan. Er is ook een 5e vorm. Toelichting hierover treft u ook onderstaand.

1. Seksuele intimidatie
Elke vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd.

De uitingsvormen zijn onder andere: verbale, seksueel gerichte intimidatie, vijandig vernederend of intimiderend gedrag, suggestief insinuerend gedrag, (internet-)porno, digitale seksuele intimidatie, fysiek seksueel gerichte agressie, handtastelijkheden, aanranding, verkrachting.

2. Agressie en geweld
Voorvallen waarbij een werknemer verbaal en/of non-verbaal, psychisch en/of fysiek wordt lastiggevallen, bedreigd of aangevallen, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van arbeid.

De uitingsvormen zijn onder andere: Verbaal: schelden, beledigen, vijandigheid, bedreigen. Fysiek: dreigende houding, schoppen, slaan, bijten, vastgrijpen, gewapend geweld. Psychisch: lastig vallen, onder druk zetten, intimideren, irriteren, bedreigen, stalken.

3. Pesten en treiteren
Alle vormen van intimiderend gedrag met een structureel karakter, gericht tegen een of meerdere medewerkers die zich niet kunnen verdedigen tegen dit gedrag.

De uitingsvormen zijn onder andere: sociaal isoleren, het werk wordt je onaangenaam of onmogelijk gemaakt, bespotten, roddelen, bedreigende uitingen, fysieke aanrakingen, digitaal/cyberpesten.

4. Discriminatie
Elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur, die een achterstand en/of achterstelling als doel heeft of kan hebben van een medewerker of groepen medewerkers in de organisatie wegens zijn/hun ras, etnische afkomst, leeftijd, handicap, geslacht of seksuele geaardheid.

De uitingsvormen zijn onder andere: onderscheid op basis van ras, nationaliteit, handicap/chronische ziekte, leeftijd, seksuele gerichtheid, geslacht, arbeidsduur, arbeidscontract full/parttime, burgerlijke staat, godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid en/of antisemitisme.

De 5e vorm
De 5e vorm van ongewenste omgangvormen is wat complexer. In deze vorm draait de kwestie zelf om een arbeidsgeschil, conflict of onenigheid. De kwestie zelf is niet onder te brengen in de bovenstaande 4 onderwerpen. De ongewenste omgangsvorm zit in de manier waarop in het conflict met elkaar wordt omgegaan. Is dat wel onder te brengen in een van de 4 bovenstaande categorieën, dan valt de kwestie of het conflict zelf weliswaar niet onder ongewenste omgangsvormen, maar de bejegening valt er dan wel onder.

De vertrouwenspersoon kan geen advies geven over het geschil, conflict, enz. Wel kan de vertrouwenspersoon in deze zaken adviseren over het verbeteren van de communicatie.

De aangemelde kwestie wordt dan als het ware gesplitst in:
– het geschil-/conflictdeel;
– de communicatie.

De vertrouwenspersoon geeft adviezen en tips om de communicatie naar een zakelijker en effectiever niveau te brengen. De vertrouwenspersoon kan daarbij ook steun bieden in de eventuele te nemen stappen. Dit vanuit het gegeven dat geschillen en conflicten vóórkomen, echter de manier waarop deze worden uitgezocht kan ook in goede orde en met respect voor elkaar.

Een vijfde ongewenste intimiteiten speelt zich af op werk
Eén op de veertig heeft vrouwen te maken met ongewenste seksuele toenaderingen. Daarvan vond 20 procent plaats op de werkvloer. Slechts 10 procent van de ongewenste intimiteiten werd gemeld.

Jonge vrouwen meest lastiggevallen
2,4 procent van de vrouwen wel eens met seksuele bedoelingen op een kwetsende manier aangeraakt of vastgepakt. Bij één derde van deze vrouwen gebeurde dit meer dan eens. Jonge vrouwen werden het meest lastiggevallen; zo heeft 7,4 procent van de 15-24-jarigen hier mee te maken.

Een vijfde van de ongewenste gebeurtenissen speelde zich af op het werk. Ruim de helft gebeurde in de horeca of op straat, terwijl 6 procent thuis plaatsvond.

Plaats ongewenste seksuele toenaderingen

Bij bijna de helft van deze incidenten kende het slachtoffer de dader. In 15 procent van de gevallen betrof het iemand van het werk.

Bekendheid met dader ongewenste seksuele toenadering

Weinig melding
Slechts 10 procent van de vrouwen heeft het ongewenste seksuele voorval gemeld en nog geen 3 procent deed daadwerkelijk aangifte. Van alle soorten delicten worden de seksuele het minst vaak gemeld. Zo werden bedreigingen en mishandelingen drie- respectievelijk zesmaal zo vaak gemeld.

De belangrijkste redenen om een seksueel voorval niet te melden, was dat het niet zo belangrijk was (30 procent) en dat het was opgelost (25 procent). Angst voor represailles was bij 1 procent de reden om de gebeurtenis geheim te houden.

Bron: GIMD, CBS.nl



Interessante Boeken:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*