Participatiewet in Strijd met Europees Recht

- 22 november 2015

participatiewetParticipatiewet is in strijd met het Europees recht en rechten van de EU mens

Het Europees Verdrag tot bescherming van de en de fundamentele vrijheden () is een Europees verdrag waarin mensen- en burgerrechten voor alle inwoners van de verdragsluitende staten zijn geregeld. Sinds 1998 is het verdrag bindend voor alle lidstaten van de Raad van Europa.

Ratificatie van de EVRM geldt als noodzakelijke voorwaarde om lid te kunnen worden van de Raad van Europa en overigens ook om lid te kunnen worden van de Europese Unie.

In Nederland, België en Frankrijk heeft het verdrag directe werking: de desbetreffende rechterlijke macht moet alle wetgeving en bestuur direct aan het EVRM toetsen (Art. 94 Grondwet, NL). Dat EVRM zegt ondermeer over een verbod op slavernij en dwangarbeid…

Art. 4: verbod op slavernij en dwangarbeid
Onder wordt de arbeid verstaan die mensen onder bedreiging van straf, tegen hun wil, verrichten.

Nu zijn Nederlandse gemeenten juist vanaf 1 januari verplicht om beleid te hebben rondom tegenprestaties die vereist kunnen worden van mensen met een bijstandsuitkering. (‘participatiewet’) Maar let op het ‘vereist kunnen worden ’. Want er kan dus helemaal geen tegenprestatie geëist worden omdat arbeid onder bedreiging van straf (het verliezen of korten op de bijstandsuitkering) door het EVRM simpelweg wordt gezien als dwangarbeid. Hoe simpel kan simpel zijn? Hoe duidelijk kan duidelijk zijn?

Je kunt er als politieke partij natuurlijk voor kiezen om alle bijstandsuitkeringen dan maar helemaal af te schaffen, indien je er dan toch al vanaf wil om redenen van onbetaalbaarheid, maar ook dat biedt geen soelaas omdat de Centrale Raad van Beroep recent heeft bepaald dat zelfs uitgeprocedeerde asielzoekers een wettelijk recht hebben op bed, brood en bad, waarmee je feitelijk dus al snel op het niveau van een bijstandsuitkering belandt.

UVRM
Bovendien spreekt ook de Universele Verklaring voor Rechten van de Mens (UVRM), een belangrijke internationale juridische standaard, eveneens over sociaal economische rechten:

“De sociaal-economische rechten, ook wel sociale grondrechten genoemd, zijn rechten op de minimumvoorwaarden voor welvaart en welzijn. Ze omvatten rechten zoals die op werk, beloning, sociale zekerheid, onderwijs, huisvesting, rechtshulp en medische verzorging, in totaal zo’n twintig verschillende rechten. Dergelijke rechten zijn uitgewerkt in het Internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten van 1966. Deze grondrechten zijn bijvoorbeeld ook opgenomen in de Nederlandse grondwet”.

Conclusie
Concluderend kan dit vanuit rechtswege dus niet anders betekenen dan dat de bijstandsgerechtigde die zich bij de gemeente vervoegt omwille de eis van een tegenprestatie voor een bijstandsuitkering (bij afwezigheid van een betaalde arbeidsplek), en vervolgens keihard nee roept, nimmer tot de levering van een tegenprestatie gedwongen kan worden.

participatiewet

Bron: nachthemel.nl

Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is een Europees verdrag waarin mensen- en burgerrechten voor alle inwoners van de verdragsluitende staten zijn geregeld. Het verdrag is opgesteld in 1950 in navolging van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Sindsdien is het uitgebreid met 14 protocollen. Het EVRM verbiedt onder andere het opleggen van de doodstraf (althans, in het zesde Protocol). Het toezicht op de naleving van het EVRM ligt bij de Raad van Europa.

Met name de invoering van het elfde protocol in 1998 was ingrijpend. Tot 1998 was het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens alleen geldig in landen die het verdrag hadden geratificeerd. Sinds 1998 is het verdrag bindend voor alle lidstaten van de Raad van Europa. Ratificatie van de EVRM geldt als noodzakelijke voorwaarde om lid te kunnen worden van de Raad van Europa en overigens ook om lid te kunnen worden van de Europese Unie.

Lees hier de gehele tekst.

[sc:bron text="Wikipedia"]

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

Onder dwangarbeid wordt arbeid verstaan die mensen onder bedreiging van straf, tegen hun wil, verrichten. Deze definitie is in 1930 vastgelegd door de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Hierbij werd tevens vastgelegd dat militaire dienstplicht en werk tijdens detentie niet onder dit begrip vallen. Binnen Europa is een verbod op dwangarbeid opgenomen in artikel 4 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. In Nederland is het verbod op dwangarbeid vastgelegd in de Grondwet artikel 19.

[sc:bron text="Wikipedia"]



Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*